Senior Kwalificatie Onderwijs (SKO), informatie voor UvA-docenten

Joint programme UvA-VU

De UvA en de VU hebben de krachten gebundeld en een gelijkwaardige en afgestemd SKO-programma voor beide universiteiten (door)ontwikkeld, met gelijkwaardige certificaten. Met deze samenwerking lopen de UvA en de VU landelijk voorop met het oog op wederzijdse afstemming en erkenning van de SKO. De Nederlandstalige programma's zijn interfacultair binnen een universiteit. Het Engelstalige programma dat in 2017 start is interuniversitair en is toegankelijk voor deelnemers van de UvA en de VU.

Achtergrond

De Universiteit van Amsterdam is in 2013 gestart met de ontwikkeling en invoering van de Senior Kwalificatie Onderwijs (SKO) onder leiding van het programmabestuur Onderwijskundig Leiderschap. De eerste trajecten betroffen certificeringstrajecten. Inmiddels is aan de UvA de vraag naar SKO certificeringstrajecten afgenomen en de vraag naar SKO ontwikkeltrajecten toegenomen. In september 2016 zijn de eerste ontwikkeltrajecten van start gegaan voor wetenschappers (UD/UHD/HL) binnen de UvA. Sinds september 2016 bieden de UvA en de VU een gelijk SKO-programma aan.

SKO-programma

Het programma Senior Kwalificatie Onderwijs (SKO) is bedoeld voor UD’s, UHD’s en hoogleraren die opvallen binnen de opleiding door hun inzet en toewijding aan het onderwijs. Zij kijken daarbij verder dan de eigen cursussen en het eigen vakgebied en zijn de voortrekkers in vakoverstijgende projecten of onderwijsvernieuwing. Deze docenten innoveren samen met collega’s het academisch onderwijs en zorgen voor inbedding hiervan in het opleidingsprogramma, zodat de opleidingseindtermen worden gerealiseerd. Zij vervullen daarbij diverse rollen op curriculumniveau. Te denken valt aan: 

  • onderwijs- of opleidingsdirecteur 
  • coördinator van een groter samenhangend geheel van onderwijsonderdelen  (bijvoorbeeld een jaar- of trackcoördinator) 
  • lid of voorzitter van opleidings- en/of curriculumcommissie, of 
  • voorzitter van de toetsingscommissie
Deelnemers zijn in het bezit van een BKO, vervullen diverse rollen op curriculumniveau, krijgen de verantwoordelijkheid voor het dragen van een project, kunnen voldoende tijd investeren voor het programma en krijgen in dit kader voldoende ondersteuning van hun leidinggevende in de vorm van beschikbare tijd.

Toelating gebeurt aan de hand van voordracht: kandidaten worden door hun leidinggevende voorgedragen bij het UvA programmabestuur Onderwijskundig Leiderschap en voeren een intakegesprek met de opleiders. Het programmabestuur besluit na advies door de opleiders over toelating.
 

Senior Kwalificatie Onderwijs (SKO)

Het programma is bedoeld voor UD’s, UHD’s en hoogleraren die opvallen binnen de opleiding door hun inzet en toewijding aan het onderwijs. Zij kijken daarbij verder dan de eigen cursussen en het eigen vakgebied en zijn de voortrekkers in vakoverstijgende projecten of onderwijsvernieuwing. Daarbij weten zij collega’s mee te nemen in nieuwe ontwikkelingen. Deze docenten innoveren samen met collega’s het academisch onderwijs en zorgen voor inbedding hiervan in het opleidingsprogramma, zodat de opleidingseindtermen worden gerealiseerd. Zij vervullen daarbij diverse rollen op curriculumniveau. Te denken valt aan:
  • onderwijs- of opleidingsdirecteur
  • coördinator van een groter samenhangend geheel van onderwijsonderdelen (bijvoorbeeld een jaar- of trackcoördinator)
  • lid of voorzitter van opleidings- en/of curriculumcommissie
  • of voorzitter van de toetsingscommissie
Deelnemers dienen aan de volgende voorwaarden te voldoen om te kunnen deelnemen:

1. Deelnemers zijn in het bezit van een Basis Kwalificatie Onderwijs (BKO). In het SKO- programma wordt voortgebouwd op de kennis en vaardigheden van de BKO.
2. Deelnemers vervullen bij aanmelding reeds diverse rollen op curriculumniveau (zie hiervoor onder doelgroep en de vijf SKO rollen beschreven onder het SKO-programma).
3. Deelnemers dienen de verantwoordelijkheid te dragen voor een vakoverstijgend project binnen de eigen opleiding/afdeling. Deelnemers brengen dit project in het SKO- programma, passen de inhoud van het programma direct toe op het project en worden hierbij in het programma uitgebreid begeleid (zie het SKO-programma). Voorbeeldprojecten zijn o.a. leerlijnontwikkeling, curriculumvernieuwing, aansluiting vooropleiding/selectie/matching, interdisciplinariteit bevorderen middels curriculumherziening, herprofilering van de opleiding, blended learning bevorderen op curriculumniveau, etc.
4. Deelnemers dienen voldoende tijd te kunnen investeren in zowel het SKO-programma als het in te brengen project, om echt werk te maken van de persoonlijke ontwikkeling en de ontwikkeling van het project binnen de afdeling.
5. Deelnemers ontvangen hierbij voldoende ondersteuning van leidinggevende in de vorm van beschikbare tijd voor het SKO programma en inhoudelijke (tussentijdse) afstemming over het project.

Wat brengt het SKO-programma de deelnemers?
De deelnemers ontvangen onder meer:

  • onderwijskundige verdieping en ondersteuning training en versterking in de vijf SKO-rollen op maat,
  • individuele coaching en begeleiding op het eigen project en de persoonlijke leervraag,
  • discussie met en feedback van een selecte groep peers uit diverse faculteiten,
  • opdrachten voor ontwikkeling en het portfoliofeedback op het portfolio,
  • persoonlijk eindassessmentbij succes: het certificaat Senior Kwalificatie Onderwijs.
Wat brengt het SKO-programma de opleiding/afdeling?
De opleiding/afdeling krijgt te maken met:
  • gecertificeerde medewerkers functionerend op curriculumniveau binnen de opleidingmet een aangetoond scherpe gefundeerde visie op het curriculum, gerelateerd aan de eindtermen van de opleiding,
  • die aangetoond onderwijskundig gefundeerd handelen bij onderwijsinnovatie en kwaliteitszorg,
  • hierbij aangetoond functioneel samenwerken, collega’s weten te inspireren, motiveren en mobiliseren,
  • aanspreekpunt zijn bij implementatie van onderwijskwaliteit, -verbetering en –borging,
  • met een interfacultair netwerk van collega’s binnen de universiteit die allen opereren op curriculumniveau.
Het programma is gebaseerd op verschillende rollen die een senior docent vervult: visionair, ontwikkelaar, verbinder, organisator en begeleider. Tijdens het programma werken docenten aan een eigen project op curriculumniveau, waarbij ze aantoonbaar de inhoud van het programma toepassen in de praktijk. Daarnaast formuleren docenten een persoonlijke leervraag die voornamelijk aan bod komt tijdens persoonlijke coaching en peergroep bijeenkomsten.

Het SKO-programma beslaat een doorlooptijd van één academisch jaar, met twee opleiders per groep, waarin de deelnemers intensief worden begeleid in de ontwikkeling op de vijf SKO-rollen en de persoonlijke leervraag. Het gehele programma bestaat uit:
  • een individueel intakegesprek:
    om na te gaan in hoeverre de kandidaat aan de voorwaarden voldoet,  hoe de verwachtingen van de kandidaat aansluiten bij de doelstellingen van het traject en of de kandidaat voldoende tijd heeft om het traject te volbrengen.

  • drie individuele coaching gesprekken:
    waarin aandacht en tijd is voor de persoonlijke leervraag van de kandidaat en zijn projectvoortgang.

  • zes opleidingsdagen:
    waarin de verschillende rollen door middel van gastsprekers, opdrachten en oefeningen worden uitgewerkt.

  • vier peergroep bijeenkomsten:
    waarin de deelnemer met drie cursisten met verwerkingsopdrachten aan de slag gaat in zijn eigen opleiding.

  • tussentijdse opdrachten:
    gericht op visievorming, projectplanning, curriculumanalyse, netwerk-versterking, mentorschap, 360 graden feedback en portfolio-ontwikkeling.

  • een eindassessment:
    waarin beoordeeld wordt of de kandidaat voldoet aan de SKO-eindtermen op basis van zijn/haar SKO-dossier en een assessmentgesprek met een SKO-toetsingscommissie.

  • een feestelijke afsluiting:
    waarin deelnemers aan de opleiding en collega’s zichtbaar maken wat de opbrengst is van het SKO-programma voor henzelf en de opleiding.

Gedurende het programma stelt de kandidaat een SKO-dossier op a.d.h.v. diverse tussentijdse opdrachten. Deelnemers ontvangen hierop feedback en coaching van de begeleiders. Aan het eind van het programma dient de deelnemer zijn SKO-dossier in ter beoordeling bij de SKO-toetsingscommissie. Per kandidaat bestaat de toetsingscommissie uit twee assessoren:
  1. Onderwijskundig expert (SKO-opleider van een andere SKO-groep) 
  2. Oud-SKO-deelnemer of een geschikt persoon uit het netwerk van assessoren (waaronder onderwijsdirecteuren, portefeuillehouders onderwijs, programmabestuurders onderwijs etc.)

De assessoren bespreken het dossier met de kandidaat in een afsluitend assessmentgesprek.
 

De kandidaat wordt door de eigen onderwijs- of opleidingsdirecteur voorgedragen bij het programmabestuur Onderwijskundig Leiderschap van de UvA. In het bijbehorende document (onderwijs-CV) geeft de kandidaat zijn voorkeur aan voor de Nederlandstalige of Engelstalige variant van de SKO. De kandidaat wordt uitgenodigd voor een intakegesprek met de opleiders, en bij geschiktheid door de opleiders voorgedragen aan het programmabestuur Onderwijskundig Leiderschap. Het programmabestuur besluit over definitieve toelating op basis van het aantal aanmeldingen, geschiktheid van de kandidaat en interfacultaire samenstelling van de groepen.
Docenten
drs. Karen van Oyen, Anneke Smorenburg MSc, dr. Hester Glasbeek, drs. Allard Gerritsen, drs. Rachna in ’t Veld, drs. Christianne Vink, dr. Mariska Knol, dr. Marjolein Cremer, drs. Berber Klein.
Daarnaast worden er gastsprekers met expertise op specifieke onderwerpen uitgenodigd.

Contact
Informatie over inschrijvingen, planning en betaling: Ronny Toers Bijns, learnacademy@vu.nl (onderwijssecretariaat).
Inhoudelijke informatie: Karen van Oyen, k.e.m.van.oyen@vu.nl (coördinator SKO).