Van journalist naar leraar: ULO voor zij-instromers

Pauline Veen besloot het roer helemaal om te gooien. Zij maakte de stap van journalist naar lerares Geschiedenis. Haar ervaringen als zij-instromer deelt ze in een drietal leuke blogs op de website wordleraarinhetVO.nl. Hieronder volgt de eerste!

19-11-2019 | 14:19

Hoe beland je als journalist en -vooruit- communicatieadviseur ineens in het onderwijs? Misschien geen logische stap als je de vaak mistroostige verhalen over het onderwijs hoort. Ook ik las de verhalen van ‘Meester Mark’ -eveneens een journalist trouwens- die na zijn overstap gillend de school was uitgerend. ‘Ten onder in het onderwijs’, is de veelzeggende ondertitel van zijn boek dat hij met veel humor daarover schreef. Eh...ging ik me daar echt in storten?

Foto Pauline VeenToegegeven: Meester Mark gaf les op de lagere school. Lesgeven aan jonge kinderen trekt me minder, omdat het ‘verzorgen’ meer voorop staat en ik vooral lesgeven leuk vind. Daarbij: over de PABO heb ik weinig inspirerende verhalen gehoord. Ik zie mezelf niet dagelijks letteruitspraken meeklappen, knutselen of kinderen in krulletters ‘binnen de lijntjes’ laten schrijven (mijn eigen frustratie vroeger).

De middelbare school heeft dus mijn voorkeur: jongeren in een spannende maar ook lastige fase van hun leven die verplicht in de schoolbanken zitten. Dan is de overstap vanuit de reclassering, waar mensen tenslotte ook niet voor hun lol heen gaan, nog niet zo gek. Als communicatieadviseur en daarna trainer bij de reclassering heb ik namelijk veel geleerd over ‘weerstand’ en het werken aan gedragsverandering bij mensen die vastlopen. En daar wilde ik alles over weten, merkte ik.

Tijdens de trainingen die ik bij de reclassering gaf en nog steeds geef -over Digitale Vaardigheden en ook over Cybercrime- daar begint het pas écht te borrelen. Elke keer kom ik blij thuis van een training. Het enthousiasme, de interactie met de groep en de uitdaging de training steeds beter en interessanter te maken. Inmiddels was ik in mijn vrije tijd vaak op scholen te vinden voor gastlessen over discriminatie en pesten. Ontroerende en soms heftige gesprekken met jongeren. Altijd gebeurde er iets in het contact over en weer waarvan ik blij werd en dacht: dit doet ertoe. Hier kan ik echt iets betekenen voor anderen en ook zelf ervan leren. Kan ik dit niet elke dag doen?

In diezelfde tijd vorig jaar zie ik een oproep van een scholengemeenschap in Utrecht. ‘Interesse in het onderwijs? Loop mee tijdens de open dagen!’ Die kans laat ik niet voorbij gaan. Dus meld ik me op een zonnige dinsdag en donderdag om mee te lopen met VMBO-TL en VWO klassen. Ik spreek een accountmanager van een grote bank die Economie wil gaan geven. De enige twee met Geschiedenis, dat zijn ik en een vrouw van 24. ‘Je weet toch dat er bijna geen banen te vinden zijn als Geschiedenisdocent? Zou je niet wat anders gaan geven? hoor ik iemand tegen haar zeggen in de lerarenkamer.

Ik moet terugdenken aan mijn eerste dag college begin jaren negentig. Als 19-jarig groentje meld ik me in Amsterdam bij de Letterenfaculteit aan het Spui, mijn eerste kennismaking met de universiteit. ‘Kijkt u maar links en rechts van u’, zegt de docent. ‘Over een jaar is minstens één van u afgevallen. En die ander is waarschijnlijk werkeloos na afloop van de studie’. Na deze opbeurende woorden gaat het college van start. Ach - ik studeerde cum laude af, ben tot nu toe geen dag werkeloos met mijn studie Geschiedenis. Deze sombere toekomstvoorspelling laat ik maar voor wat het is.

Welke les ik ook meeloop die week, ik vind het eigenlijk allemaal leuk. Bij de tweede klas MAVO (dat heet nu dus VMBO-TL kom ik achter) maak ik kennis Dylan en Sam. Ze zijn bezig met een beeldverhaal over ridders in een kruistocht op weg naar Jeruzalem. Hadden wij maar zo les gekregen op de middelbare school, denk ik. Want als je een strip maakt van een (historisch) verhaal, moet je je goed inleven. Scherp kijken naar bronnen, nadenken over wat je precies uit een verhaal laat zien. Als het me op verschillende momenten lukt om Sam en Dylan, met grapjes en een vergelijking met Instagram, te motiveren aan de slag te gaan, ben ik definitief om. Na afloop melden ze zich trots met uitgewerkte stripverhalen. 

Hierna maak ik serieus werk van mijn lerarendroom. Mijn studie Geschiedenis heb ik al jaren geleden afgerond: nu is het zaak mijn onderwijsbevoegdheid te halen. Ik speur internet af. De Universiteit Utrecht neemt maximaal 5 studenten per jaar aan voor de lerarenopleiding Geschiedenis. Na wat heen en weer bellen is me nog niet duidelijk of en wanneer ik in aanmerking zou komen. Een kleine kans in elk geval dat ik geplaatst word. Dan liever Amsterdam, ook prima qua reistijd. De Vrije Universiteit heeft voor mij het meest aansprekende onderwijsprogramma, met veel nadruk op praktijk en ‘meesterschap’. Zo krijg je geen tentamens, maar laat je gedurende het jaar ‘proeven van meesterschap’ zien en geef je gelijk twee dagen per week les, afgewisseld met één dag college. Zo kan je theorie telkens in de praktijk brengen en vervolgens ook toetsen aan de pedagogische theorieën. Tof.

Vlak voor de deadline schrijf ik me in bij de Vrije Universiteit Amsterdam. Wiehooo! Maar ook: spannend. Straks mag ik weer de collegebanken in na 22 jaar. Alleen is mijn leven nu 180 graden anders. Ik woon samen, heb twee kinderen, 10 en 12. Ik ga een éénjarige voltijdsstudie combineren met een baan én lesgeven op een middelbare school. Voor dit soort situaties is het woord ‘uitdaging’ uitgevonden, houd ik mezelf voor als het schooljaar begint.

Deze blog is eerder verschenen op WordleraarinhetVO.